Bij kathodische bescherming krijgt de anode de aandacht en de voeding krijgt de aandacht. Maar tussen die twee zit een reeks onderdelen die bepalen of het systeem het doet, en die op materiaalstaten regelmatig vergeten worden. Deze pagina zet ze op een rij, zodat je calculatie compleet is.
De stroomweg naar de wapening
CPS KC Kathodecontact. Een draad die je aan het wapeningsstaal vastmaakt moet je vastzetten met een kathodecontact die op zijn beurt is gelast aan de wapening. Je hakt het staal vrij, last het contact aan de wapening, sluit de kathodekabel aan en dicht de opening weer met mortel.
Reken op minstens twee kathodecontacten per te beschermen constructiedeel, en bij galvanische systemen op één verbinding per 50 m². Controleer daarna de continuïteit van de wapening met een LCR-meter: staal dat niet doorverbonden is, moet je alsnog verbinden. Zonder die controle weet je niet of je één kathode hebt of een paar losse eilanden.
De stroomweg naar de anode
CPS SV Stroomverdelerstrip. Bij gaas en strip zorgt deze strip voor een geleidelijke verdeling van de stroom door het anodemateriaal en daarmee door het beton. Je puntlast hem op het gaas of haaks op de strips. Bij titaniumstrip komen er afhankelijk van de lengte en de omstandigheden één, twee of meer stroomverdelerstrips.
De stroomverdelerstrip is blank, ongeactiveerd titanium en daarmee geen anode: zonder activatielaag geeft hij geen stroom af aan het beton, hij brengt de stroom alleen naar het anodemateriaal. Dat maakt hem goedkoper dan anodemateriaal, en het betekent ook dat hij niet meetelt als anodeoppervlak in de berekening. Zie titanium gaas en strip.
CPS AC Anodecontact. Aan het eind van de stroomverdelerstrip gepuntlast. Vanaf hier loopt de verbinding naar de kast met de stroombron.
Controleer beide verbindingen met een LCR-meter. Dat is geen formaliteit: een slecht contact zie je terug in de ongelijkmatige stroomverdeling.
CPS PA Primaire Anode. Bij een geleidende coating is de coating zelf de secundaire anode; de primaire anode brengt de stroom erin. Die bevestig je direct op het betonoppervlak met kunststof pluggen in voorgeboorde gaten op 30 tot 50 cm afstand, en hij moet ingebed zijn in de coating. De onderlinge afstand tussen primaire anodes bedraagt ongeveer 300 cm, de afstand tot de rand ongeveer 150 cm.
De mortels
Elk anodetype heeft zijn eigen inbeddings- of activatiemateriaal, en dat is nooit inwisselbaar.
| Bij | Materiaal | Waarom |
|---|---|---|
| CPS TC in boorgaten, tot 50 mA/m¹ | CPS KG KB Grout | minerale mortel, standaard toepassing |
| CPS TC bij hoge stroomdichtheid | CPS HP | silicaatgebonden en zuurbestendig, verdubbelt de toelaatbare stroomdichtheid naar 100 mA/m¹ |
| CPS ZG zinkgaas | CPS ZAM Zink Activatie Mortel | niet-cementgebonden, houdt het zink actief en immobiliseert chloriden |
| Galvanische anodes in droog beton | CPS ZAP Zink Activatie Pasta | houdt het zinkoppervlak vochtig en actief |
| CPS GC geleidende coating | CPS GP Geleidende Primer | hechting plus verlaging van de weerstand |
Verbruik per m² of per strekkende meter staat op het productblad van het bijbehorende anodetype.
De meetkring
Referentie-elektroden en depolarisatiesensoren. De standaardopzet uit de productbladen is per zone enkele CPS DS depolarisatiesensoren plus één referentie-elektrode. Zie referentie-elektroden.
CPS MS Macrocell Sensor. Aanvullend, waar je niet alleen de bescherming maar ook de corrosieactiviteit zelf wilt volgen.
Vergeet in de calculatie de bekabeling van de meetkring niet: die loopt van elk meetpunt naar de kast en moet in buizen of kabelgoten worden afgewerkt.
Wat er aan eisen bij hoort
Deze komen in vrijwel elk productblad terug en horen dus in het bestek:
- Betonreparatiemateriaal moet geschikt zijn voor KB en een soortelijke weerstand hebben die typisch lager is dan 150 Ω·m. Een gewone reparatiemortel met een hoge weerstand blokkeert de stroom precies daar waar je hem nodig hebt.
- Alle contacten na installatie doormeten, controleren en registreren. Grenswaarde voor een verbinding tussen booranodes: 1 Ω.
- De nieuwe betonlaag moet uitgehard zijn voordat het systeem wordt ingeschakeld. Bij CPS TC een week; bij een coatingsysteem start je na een maand na installatie van het anodesysteem.
- De geleidende coating mag niet in contact komen met stalen delen in het beton. Houd circa vijf centimeter afstand of plak zorgvuldig af bij spuiten.
De volledige stuklijst in één keer
Een KB-materiaalstaat bestaat dus uit meer dan anode en voeding: anodemateriaal, stroomverdelerstrip, anodecontact, kathodecontacten, primaire anode bij een coating, de bijbehorende mortel, referentie-elektroden en depolarisatiesensoren, kabels en aansluitmateriaal, en de voeding. Ontbreekt er één, dan sta je stil.
Plan een technische intake met het CPS-team. Geef het anodeontwerp en de zone-indeling door, dan stellen we de complete materiaalstaat op zodat je in één keer alles hebt.
Liever eerst zelf kijken? Bekijk de anodetypen op een rij en stroombronnen.