Van alle toepassingen van kathodische bescherming in Nederland is dit de grootste in aantallen. Sinds 1990 zijn vele duizenden prefab consoles voorzien van KB, en dat is wereldwijd vrijwel uniek. De reden daarvoor is een Nederlands bouwprobleem uit de jaren zestig en zeventig. Wat in de volksmond betonrot heet, is bij consoles en galerijen bijna altijd wapeningscorrosie door ingemengd chloride.

Ingemengd chloride: het probleem zit er al in

Bij veel prefab consoles, galerijplaten en balkons is destijds chloridehoudend water of een chloridehoudende versneller in het betonmengsel gebruikt. Het chloride is dus niet van buiten binnengedrongen: het zat er vanaf dag één in, gelijkmatig door de doorsnede.

Dat maakt dit geval bijzonder. Er is geen front dat langzaam naar binnen kruipt en er is geen buitenste laag die je kunt wegnemen. Zodra de omstandigheden het toelaten, begint de corrosie, en die zit meteen overal. Bij balkons en galerijen komt daar vaak nog een tweede bron bij: dooizout dat bewoners strooien, en bij kustgemeenten zeezout in de lucht.

Waarom dit een veiligheidsvraag is en geen cosmetische

Consoles dragen de galerij. Galerijplaten kragen uit. Bij een uitkragende plaat zit de trekwapening aan de bovenzijde, precies waar het water staat.

Uit constructieve beoordelingen volgens CUR 248 komt regelmatig dat de veiligheid al op de grens zit. Dan is verdere doorsnedevermindering door corrosie uit den boze: er is geen reserve meer om op te teren. KB is in dat geval geen verfraaiing maar de maatregel die garandeert dat de aanwezige wapening niet verder afneemt.

Zo is het ook toegepast op uitkragende galerijvloeren waar de bovenwapening in chloridehoudend beton lag en er op dat moment nog nauwelijks corrosie was. De constructieve berekening gaf aan dat de veiligheid op de grens zat, en KB is aangebracht met een geleidende coating aan de onderzijde van de galerijen.

Waarom KB hier zo goed past

Er valt weinig weg te halen. Bij ingemengd chloride is het verontreinigde beton de hele doorsnede. Traditioneel herstel zou betekenen dat je de console vervangt. Met KB laat je het beton zitten en leg je de corrosie stil.

Bewoners kunnen blijven zitten. Dat is bij dit constructietype het zwaarste argument. Een galerij die maanden dicht is, betekent dat mensen hun voordeur niet bereiken. Minder hakwerk en kortere doorlooptijd raakt hier direct de bewoners.

De onderzijde is bereikbaar en beschut. Een geleidende coating op de onderzijde van galerij of console is snel aangebracht, bouwt geen dikte op en voegt nauwelijks gewicht toe aan een constructiedeel waarvan de capaciteit al krap is. Zie geleidende coating.

Het anodesysteem

Met opgedrukte stroom:

SituatieRoute
Console of galerij-onderzijde, bereikbaarCPS GC met CPS GP als primer
Vlak dat toch een overlaging krijgtCPS TG in spuitbeton
Balkonvloer, geen opbouwhoogteCPS TS in gefreesde sleuf, mits dekking ≥ 25 mm

Galvanisch, dus zonder voeding:

SituatieRoute
Hele console, oppervlaktebedekkendCPS ZF zinkfolie of CPS ZG zinkgaas in CPS ZAM
Hele console, zonder opbouw op het oppervlakCPS GX100-DI in een boorpatroon over de volle lengte
Alleen de reparatieplek en de directe omgevingCPS GX60 of GX100 in de reparatiemortel

Galvanisch betekent niet automatisch “alleen de reparatie”

Hier gaat het in bestekken mis, en het is een onderscheid dat de moeite waard is.

CPS GX60 en GX100 in een reparatieplek beschermen die reparatie en de directe omgeving. Meer niet. Ze verlengen de levensduur van het herstelwerk dat je net hebt gedaan, wat een reële en vaak verstandige maatregel is bij goed afgebakende schade. Maar ze beschermen de console niet als geheel.

Zit het chloride door de hele doorsnede, en dat is bij ingemengd chloride per definitie zo, dan is dat te weinig. Wat je dan niet hoeft te doen, is meteen naar opgedrukte stroom. Er zijn twee galvanische routes om een console volledig te beschermen, allebei zonder voeding, kast of kabelwerk.

Oppervlaktebedekkend: CPS ZF zinkfolie of CPS ZG zinkgaas. Beide dekken het te beschermen oppervlak af en beschermen daarmee het hele bouwdeel. Zinkfolie plak je erop, zinkgaas neem je op in CPS ZAM. Welke van de twee past, volgt uit de vorm van het bouwdeel, de gewenste hoeveelheid zink en dus de termijn.

In een boorpatroon: CPS GX100-DI over de volle lengte. Discrete anodes, maar zoveel en zo verdeeld dat ze samen het hele element bedienen. Interessant waar je niets op het oppervlak wilt opbouwen: geen folie, geen mortellaag, alleen boorgaten die je afwerkt.

Afwerking: bij zinkfolie geen keuze

Dit is een uitvoeringspunt dat de levensduur bepaalt en dat regelmatig wordt overgeslagen.

CPS ZF zinkfolie wordt altijd afgewerkt met een coatingsysteem. Dat is niet esthetisch maar functioneel: de coating houdt de vochtbelasting van de folie af, en zonder die afwerking haal je de levensduur niet. Reken hem dus mee in de calculatie, niet als optie.

CPS ZG zinkgaas zit al ingebed in CPS ZAM, en die laag doet het beschermende werk. Daar bovenop wordt meestal ook gecoat, maar dat is een esthetische keuze. Alleen bij een sterk met vocht belaste omgeving is een waterdicht coatingsysteem over de ZAM wél functioneel.

Zie zinkanodes in reparatieplekken voor wat elk type doet, en levensduur per anodetype voor de termijn die je ermee haalt.

Wat je regelt voor je begint

CPS levert het materiaal voor ruim zestig woongebouwen met actieve monitoring, verspreid over onder meer Zandvoort, Den Haag, Groningen, Purmerend en Zwijndrecht.

Plan een technische intake met het CPS-team. Stuur de constructieve beoordeling en de chloridegegevens mee, dan bepalen we samen of dit met een aaneengesloten systeem moet of met losse anodes kan.

Moet je het intern verdedigen? Vraag een levensduuranalyse aan waarin KB naast herhaald betonherstel staat.