Drie projecten, drie keer hetzelfde anodetype op de materiaalstaat, drie keer een andere constructie. Dat komt vaker voor dan je denkt, en het is bijna nooit een bewuste keuze. Het is de vorige keer, gekopieerd van het ene bestek naar het volgende. Deze pagina zet op een rij welke gegevens bepalen welke anode je kiest bij kathodische bescherming (KB) van beton, zodat je die keuze kunt onderbouwen in plaats van hem over te nemen.

Zeven gegevens bepalen de keuze

1. Chloridegehalte en indringdiepte. Bepaalt of je überhaupt met KB te maken hebt, en tot hoe diep het te beschermen staal in verontreinigd beton ligt. Zit het chloride tot voorbij de wapening, dan valt traditioneel herstel af.

2. Dekking en ligging van de wapening. Ondiepe wapening kun je vanaf het oppervlak bedienen. Ligt het te beschermen staal diep in de doorsnede, dan moet de anode mee de diepte in.

3. Wapeningsdichtheid, en hoe sterk die varieert. De stroomdichtheid moet overal kloppen. Varieert de dichtheid sterk over het vlak, dan deel je op in zones met een aangepaste anodedichtheid.

4. Vochtbelasting. De dominante factor in het systeemgedrag. Een bouwdeel dat structureel nat staat, belast de anode zwaarder en verkort de levensduur van een geleidende coating merkbaar.

5. Bereikbaarheid en beschikbare ruimte. Kun je frezen, kun je boren, kun je een overlaging aanbrengen, en hoeveel opbouwhoogte heb je? Dit is in de praktijk vaak de factor die de keuze maakt.

6. Voorspanning. Bepaalt de systeemkeuze niet, maar wel de eisen aan het ontwerp: meetcellen bij de voorspanzone en binnen de −900 mV blijven. En het bepaalt vaak wat je níet doet, namelijk boren en frezen in een voorgespannen liggerkop.

7. De gevraagde instandhoudingstermijn. Tot een jaar of tien is galvanisch eenvoudig. Van tien tot twintig jaar is opgedrukte stroom aan de orde, vaak met een geleidende coating. Boven de twintig jaar wordt titanium de verstandiger route.

Waarom de lijstkeuze duurder uitpakt

De verleiding is begrijpelijk. Er staat een preferred supplier, er ligt een materiaalstaat van vorig jaar, en de calculatie moet vrijdag de deur uit. Maar wat in de calculatie onduidelijk blijft, komt op de bouwplaats terug.

Een anodetype dat niet past bij het bouwdeel kost je op drie manieren.

Tijdens uitvoering. Sleuven frezen die in de krappe ruimte onder een dek niet blijken te passen, of een overlaging die de vrije hoogte opeet. Dan sta je op de steiger een systeem te herontwerpen, met stilstand en meerwerk als gevolg.

In de levensduur. Een coating op een bouwdeel met een lekkende voeg gaat merkbaar korter mee. Dan haal je de termijn niet die in het contract staat.

In de kosten over de looptijd. Kies je te licht voor een lange horizon, dan breng je het systeem een tweede keer aan. Kies je te zwaar voor een korte horizon, dan betaal je voor jaren die je niet gebruikt.

De beslislogica in het kort

Als dit geldtDan ligt dit voor de hand
Groot aaneengesloten vlak, overlaging is toch nodigCPS TG in spuitbeton
Vloer of dek, opbouwhoogte beperktCPS TS in gefreesde sleuf
Sterk wisselende wapeningsdichtheidCPS TS met zonering
Moeilijk bereikbaar, geen ruimte voor sleuf of overlagingCPS GC met CPS GP als primer
Voorgespannen bouwdeel waar je niet in wilt snijdenCPS GC
Te beschermen staal ligt diep in de doorsnedeCPS TC in geboorde gaten
Aanbrengen op het beton onmogelijkgrondanode, maatwerk
Termijn tot circa tien jaar, klein object, geen voedingCPS ZF, CPS ZG of een discrete zinkanode (GX)
Alleen de reparatieplek verlengenCPS GX60 of GX100 in de reparatiemortel

Twee waarschuwingen bij deze tabel.

Ten eerste: dit is een richting, geen ontwerp.

Ten tweede: één regel per project is vaak te weinig. Op één object kunnen prima twee of meer anodetypen liggen, en dat gebeurt op twee manieren.

Verschillende bouwdelen, verschillende problemen. Bij het viaduct in de A6 bij Naarden zijn de dwarsdragers met CPS TC op diepte beschermd en hadden de middenbermpijlers een heel ander probleem, namelijk opspattend water op de onderste twee meter. Daar is CPS GC toegepast over 75 m². Twee bouwdelen, twee routes.

Eén bouwdeel, twee anodevormen. Bij zware doorsneden is een combinatie zelfs gebruikelijk. Op een dikke balk bereikt een oppervlakteanode het ondiepe staal, maar niet de wapening diep in de doorsnede. De standaardopzet is dan CPS TS aan de buitenzijde en CPS TC in geboorde gaten, met referentie-elektroden op beide niveaus. Zie booranodes.

Reken in je materiaalstaat dus niet met één anodetype per object, maar per bouwdeel en waar nodig per diepteniveau.

Wat er in de uitvraag hoort

Wil je een anodekeuze die standhoudt, in plaats van een anodetype dat je uit gewoonte voorschrijft, leg dan deze zes dingen vast vóór contractvorming:

  1. Chloridegehalte met indringdiepte, uit boormonsters.
  2. Dekking en wapeningsligging, uit detectie.
  3. De vochtbelasting en of er lekkages zijn die eerst weg moeten.
  4. De gevraagde instandhoudingstermijn in jaren.
  5. Of er voorspanning aanwezig is, en waar.
  6. Of monitoring onderdeel van het contract is.

Ontbreekt er een van de zes, dan is de anodekeuze een aanname. Dat vooronderzoek is goedkoper dan een systeem dat achteraf niet past. Zie wat je vóór contractvorming vastlegt.

Onafhankelijk oordeel, ook als je bij ons koopt

CPS levert alle genoemde anodetypen. Dat maakt het gemakkelijk om te zeggen dat er altijd wel iets van ons past, en dat is ook zo. Maar het levert je niets op als het verkeerde type op de staat komt.

De constructie bepaalt de anode. Wij helpen die keuze onderbouwen, ook als de uitkomst is dat je minder materiaal nodig hebt dan je dacht, of een ander type dan er de vorige keer lag.

Plan een technische intake met het CPS-team. Stuur wat je hebt aan onderzoeksgegevens, dan lopen we de zeven punten met je door en onderbouwen we de keuze.

Wil je zelf eerst sorteren? Bekijk de anodetypen op een rij en galvanisch of ICCP.