Bij kathodische bescherming levert de anode geen stroom en de wapening ook niet. De voeding doet dat, en die voeding bepaalt daarmee of het systeem regelbaar, meetbaar en aantoonbaar is. CPS ontwikkelt en produceert deze voedingen zelf.
Wat het verschil is met een gewone gelijkrichter
Een KB-voeding is geen laboratoriumvoeding met een knop erop. Hij moet vier dingen kunnen die een standaardvoeding niet doet.
Werken binnen een enveloppe. Je stelt niet één waarde in maar twee grenzen: een spanningslimiet en een stroomlimiet, instelbaar tot 10 V en 10 A. Binnen die enveloppe regelt de voeding zelf. In de praktijk stuur je vaak op spanning met een ruim gekozen stroomlimiet als veiligheidsgrens.
Zichzelf kunnen uitschakelen. Voor een instant-off meting moet het relais open, en dan moet er direct gemeten worden. Handwerk lukt daar niet: het gaat om milliseconden.
De depolarisatiemeting zelf uitvoeren. Dat is de meting waarmee je aantoont dat je aan de prestatie-eis van 100 mV uit NEN-EN-ISO 12696 voldoet, en die duurt 24 uur.
Meten met genoeg resolutie. Je beoordeelt potentialen in millivolts. Een voeding die op honderden millivolts nauwkeurig meet, kan die beoordeling niet dragen.
Wat er automatisch gebeurt
Dit is wat de CPS-stroombronnen zonder tussenkomst uitvoeren.
Instant-off meting. De unit meet eerst de on-potentiaal, schakelt het relais af en meet dan tien keer de off-potentiaal met 100 ms interval. Bij het uitlezen worden alle waarden gerapporteerd, dus je ziet het verloop en niet één momentopname.
Depolarisatiemeting. On-potentiaal, dan de instant-off waarden, dan bij aanhoudend uitgeschakeld relais zestig metingen van de off-potentiaal, en tot slot het relais weer aan met een afsluitende on-meting. Het interval tussen die zestig metingen is instelbaar en staat typisch op 24 minuten, wat neerkomt op een volledige 24-uursmeting.
Alle waarden komen mee in de rapportage. Daarmee kun je niet alleen de depolarisatie per referentie-elektrode bepalen, maar ook beoordelen of die depolarisatie gelijkmatig verloopt. Dat laatste zegt vaak meer over de kwaliteit van je zone-indeling dan het eindgetal.
Twee architecturen
Welke opzet past, hangt af van het aantal zones en van de beschikbaarheid van netspanning.
CPS SC + CPS SZ: veel zones, één communicatiepad
De CPS SC Stroombron Centraal is de centrale unit. Hij levert 120 W en voedt via twee 24 VDC-lijnen een reeks zonevoedingen. Die lijnen zijn naar behoefte te verlengen en af te takken.
De CPS SZ Stroombron Zone is de zonevoeding, met 20 W nuttig uitgangsvermogen en aansluitingen voor maximaal zes referentie-elektroden.
Het aardige zit in de communicatie: Data-over-Power. Het RS422-protocol loopt over dezelfde 24 V-voedingslijn, dus je hoeft geen aparte datakabels te trekken. Bij een object met tientallen zones scheelt dat aanzienlijk in kabelwerk en in doorvoeren. De SC praat via LTE-M naar het IoT-platform.
CPS SR: één zone, zelfstandig
De CPS SR Stroombron Remote is een zelfstandige unit met eigen transformator, modem en KB-voeding in één behuizing van glasvezelversterkt polycarbonaat. Ook 20 W en zes referentie-elektroden, maar met eigen LTE-M-verbinding naar het IoT-platform. Stekkerbaar aan te sluiten, werkt op 85 tot 264 VAC.
Dit is de keuze bij een enkele zone of bij een object waar het trekken van een gezamenlijke voedingslijn niet loont.
De getallen naast elkaar
| CPS SZ6-20 | CPS SR5-20 | CPS SC-120 | |
|---|---|---|---|
| Rol | zonevoeding | zelfstandige zonevoeding | centrale voeding en communicatie |
| Uitgangsvermogen | 20 W | 20 W | 120 W |
| Enveloppe | 10 V / 10 A | 10 V / 10 A | levert 24 VDC |
| Referentie-elektroden | zes | zes | via de zonevoedingen |
| Stapgrootte regeling | 0,15 mV/mA | 40 mV/mA | – |
| Meetresolutie elektroden | 0,075 mV | 1 mV | – |
| Communicatie | Data-over-Power naar de SC | LTE-M direct | LTE-M naar het platform |
| Voeding | 10 tot 36 VDC | 85 tot 264 VAC | 85 tot 264 VAC |
Let op het verschil in resolutie. De SZ meet ruim een orde nauwkeuriger dan de SR. Bij voorgespannen beton, waar je moet aantonen dat je binnen de −900 mV blijft, is dat een relevant onderscheid.
Alle drie voldoen volledig aan NEN-EN-ISO 12696:2022.
Zonder netaansluiting
Voor objecten zonder netspanning is er een zonnepaneelpaal met straatkast, laadregelaar en accu’s. Omdat het vermogen van een KB-systeem zo laag is, kan dat prima. Ook een aansluiting die alleen ’s nachts onder spanning staat, zoals openbare verlichting, is met accu’s en een laadstroomregelaar tot een continu werkend systeem te maken.
Eén waarschuwing uit de praktijk: dimensioneer op het totaal, dus anodestroom plus meet- en regelunits plus dataverbinding, en met marge voor de donkerste maanden. Zie voeding zonder vaste aansluiting.
Plan een technische intake met het CPS-team. Geef het aantal zones en de beschikbaarheid van netspanning door, dan bepalen we samen of dit een SC met zonevoedingen wordt of losse SR-units.
Vraag de datasheets aan van CPS SZ, CPS SC en CPS SR.