Bij een monument is de opgave anders dan bij een viaduct. Daar mag de ingreep zichtbaar zijn als hij maar werkt. Hier geldt het omgekeerde: hij moet werken zonder dat je hem ziet. Dat maakt kathodische bescherming juist bij erfgoed een sterke keuze, en het verklaart waarom er in Nederland en Vlaanderen al ruim twintig jaar ervaring mee is.

Twee verschillende problemen

Wat in de volksmond betonrot heet, treft in Nederland en Vlaanderen tal van rijksmonumenten en andere beschermde gebouwen, en dat gebeurt op twee verschillende manieren.

Wapening in beton. Vroeg beton uit de eerste helft van de twintigste eeuw heeft vaak een dunne dekking en een matige betonkwaliteit. Carbonatatie loopt daar sneller doorheen dan bij modern beton, en waar chloride is ingemengd of ingedrongen komt daar putcorrosie bij. Het roestende staal drukt de dekking eraf, en juist bij een monument is elk afgevallen stuk een verlies dat je niet terugkrijgt.

Staal in metselwerk en natuursteen. Veel monumentale gevels hebben stalen liggers, ankers of profielen achter een schil van baksteen of natuursteen. Die roesten en zetten uit, waardoor voegen openscheuren en natuursteen barst. Ook daarvoor wordt KB al ruim twintig jaar toegepast, onder meer in monumenten. Dat is een onderwerp op zich, met een eigen ontwerpaanpak. Zie KB op staal in metselwerk en natuursteen.

Waarom KB hier zo goed past

Je hoeft nauwelijks te slopen. Dat is het doorslaggevende argument. Bij traditioneel herstel moet je verontreinigd beton weghalen, en bij een monument betekent dat: origineel materiaal verwijderen. Met KB blijft het vastzittende beton zitten, chloride en al, en herstel je alleen wat werkelijk los is. Zie wat KB met je constructie doet.

Het anodemateriaal verdwijnt in de constructie. Geactiveerd titanium in een gefreesde sleuf of in een geboord gat is na installatie niet meer te zien. Het uiterlijk van de constructie wijzigt daarmee niet, en dat is bij monumentaal erfgoed precies de eis. Wat beperkt zichtbaar blijft, is de elektrotechnische installatie: bekabeling, meetkast en voeding. Die werk je zoveel mogelijk weg aan de binnenzijde, achter een valse vloer of in een bestaande schacht.

Het corrosieproces stopt, niet vertraagt. Bij erfgoed is uitstel zelden goed genoeg. Je wilt het proces stilleggen, niet nog een cyclus cosmetisch herstel.

Het is meetbaar. Bij een monument met beperkte toegang wil je weten dat het werkt zonder dat je er telkens bij moet. Een systeem dat zijn eigen depolarisatiemeting doet en de resultaten doorstuurt, past daar goed bij.

De ontwerpvragen die hier extra spelen

Anodesysteem

SituatieRoute
Zichtvlak dat onveranderd moet blijvenCPS TS in gefreesde sleuven, of CPS TC in boorgaten
Wapening diep in de doorsnedeCPS TC in boorgaten
Zichtvlak waar niet in gesneden mag wordenCPS GC met CPS GP, overschilderbaar
Bouwdeel dat toch een overlaging krijgtCPS TG in spuitbeton
Beperkt oppervlak, geen voeding gewenstCPS ZG in CPS ZAM
Stalen ankers en profielen in metselwerk of natuursteenapart ontwerp, zie KB op staal in metselwerk

Geactiveerd titanium is bij erfgoed de meest gekozen route, en dat heeft één reden: na installatie zie je er niets meer van. Strips verdwijnen in de sleuf, cilinderanodes in het boorgat, en het zichtvlak blijft zoals het was.

Een geleidende coating komt ook voor, maar minder vaak. Hij vraagt geen ingreep in het materiaal, en dat is een voordeel waar snijden of boren echt niet mag. Daar staat tegenover dat de coating wél op het oppervlak blijft, en dat is bij een monumentaal zichtvlak juist wat je probeert te vermijden. Zie geleidende coating.

Wat in beide gevallen zichtbaar blijft, is de elektrotechnische installatie. Dat is meestal het lastigste onderdeel van het hele ontwerp.

Wat CPS hier heeft geleverd

Onder meer de Boerentoren in Antwerpen, de Koninklijke stallen in Den Haag, het Raadhuis in Hilversum, de Porceleyne Fles in Delft, het Groothandelsgebouw en het Hulstkampgebouw in Rotterdam, de Gemeentetoren in Boskoop, en de voormalige Philips Bedrijfsschool in Eindhoven die nu Summa College is.

Plan een technische intake met het CPS-team. Vertel wat er zichtbaar mag zijn en waar je wel en niet in mag, dan bepalen we samen welk anodetype daarbinnen past.

Vraag de datasheets aan van CPS TS en CPS TC.