De anode is het grootste en meestal het duurste onderdeel van een systeem voor kathodische bescherming (KB). De vraag hoe lang zo’n KB-systeem meegaat, bepaalt of je met één ingreep de gevraagde termijn haalt of dat je halverwege terug moet. Dit zijn de getallen zoals ze uit ruim dertig jaar Nederlandse praktijk komen, en wat ze waard zijn.

Zink: 10 tot 20 jaar, en te berekenen

Galvanische zinkanodes leveren stroom door zichzelf op te offeren. Daarmee is de levensduur per definitie eindig: als het zink op is, stopt de bescherming. In de praktijk leveren zinksystemen doorgaans 10 tot 20 jaar bescherming.

Het aardige is dat je dat vooraf kunt uitrekenen. De levensduur volgt uit de hoeveelheid zink, mits die goed verdeeld is over de constructie. Slecht verdeeld zink raakt lokaal eerder op dan het rekenmodel zegt. Het KB-Kenniscentrum heeft hiervoor een gemeenschappelijke rekenmethode ontwikkeld, zodat de uitkomst niet afhangt van welke leverancier je het vraagt.

Waarom dan 20 jaar en niet meer? Op papier zit er in een zwaar uitgevoerd zinkgaassysteem genoeg zink voor langer. Maar het zink is maar de helft van het verhaal: de activatiemortel eromheen moet het oppervlak actief houden, en daarvan is nog niet uit langlopende projecten bewezen dat die na twintig tot vijftig jaar nog steeds werkt. Zolang dat bewijs er niet is, rekenen wij met twintig jaar. Dat is minder dan de productbladen toestaan en het is wat we kunnen waarmaken.

Reken dus niet automatisch op de bovenkant van die bandbreedte. Tot een jaar of tien is galvanisch eenvoudig te ontwerpen en goed voorspelbaar. Daarboven kan het zeker, maar het ontwerp wordt complexer en de uitkomst onzekerder, helemaal als de vochtbelasting tegenvalt. Vanaf tien jaar is opgedrukte stroom daarom al snel de verstandiger keuze. Dat kan titanium zijn, maar net zo goed een geleidende coating.

Geleidende coating: 20 jaar, met één grote mits

Ruim tien jaar durf je bij een geleidende coating zonder meer aan te nemen, en in de praktijk halen we er regelmatig twintig jaar en langer mee. Hij voegt nauwelijks gewicht toe aan de constructie en is vaak voordeliger dan titanium. De applicatie is bovendien eenvoudig: spuiten, kwasten of rollen. Dat gaat snel en geeft weinig overlast.

De mits is vocht. Waar het misgaat, gaat het vrijwel altijd om lekkages. Bij hoge vochtbelasting gaat een coating merkbaar korter mee. Dat is geen theoretisch punt: het is de reden waarom je bij een object met een lekkende voegovergang eerst de voeg aanpakt en pas daarna de bescherming aanbrengt.

Het project Liggerkoppen laat zien hoe die afweging in de praktijk valt. In voorgespannen liggerkoppen wil je niet boren, geen sleuven frezen en niet extreem hakken. Daar kwam bij dat de bereikbaarheid geen sleuven of overlaging toeliet. CPS GC was daarmee praktisch gezien de enige route. In het voordeel werkt dat het milieu onder de dekken beschut is. Wat er gemonitord wordt zijn de voeglekkages, juist om de vochtbelasting laag en beheersbaar te houden.

Nog een voordeel: een geleidende coating is bij te werken. Als je hem in het zicht laat in plaats van hem af te werken met betonverf, kun je verouderde plekken later gericht herstellen.

Titanium: 25 jaar en vaak langer

Geactiveerd titanium wordt niet verbruikt. In de Nederlandse praktijk is 25 jaar bewezen, en leveranciers geven er doorgaans een verwachting van 50 of 75 jaar en meer op. Voor de tandopleggingen van de Muinck Keizerbrug is destijds gekozen voor CPS TG, een anodemateriaal dat een eeuw mee kan; de brug staat er dertien jaar na de ingreep nog prima bij en kan de volgende 25 jaar mee met normaal brugonderhoud.

Wat je na 25 jaar tegenkomt is dan ook zelden een anodeprobleem, maar onderhoud aan de elektrotechnische installatie. Aan het anodemateriaal mankeert vaak nog niets en dat gaat gewoon mee de volgende periode in.

Een titaniumsysteem is wel duurder dan een systeem met geleidende coating, en dat zit niet in het materiaal alleen. Het zit vooral in de applicatie: sleuven betekent frezen, boorgaten betekent boren, gaas betekent een overlaging in spuitbeton of een gietlaag. Die extra bewerking bovenop het anodesysteem verklaart het prijsverschil.

Dat verschil verdien je terug bij een onderhoudshorizon boven de twintig jaar. Daar wordt een geleidende coating vaak toch onderhoudsbehoeftig en breng je hem een tweede keer aan, terwijl het onderhoud aan een titaniumsysteem van veel kleinere orde blijft.

De getallen naast elkaar

AnodetypeLevensduurVerbruikt?Bepalende factor
Zinkfolie, zinkgaas, discrete zinkanodes (GX)10 tot 20 jaarjahoeveelheid zink en de verdeling ervan
Geleidende coating20 jaar, vaak langernee, maar veroudertvochtbelasting, lekkages
Titanium gaas, strip en cilinderanode25 jaar en vaak langerneestroomdichtheid, applicatiekwaliteit

Wat de levensduur in de praktijk bepaalt

Drie dingen verklaren vrijwel alle afwijkingen van deze getallen.

Vochtbelasting. Water is de dominante factor in het hele systeemgedrag. Bij regen daalt de betonweerstand en stijgt de stroom bij gelijke spanning. Een constructie die structureel nat staat, belast de anode zwaarder dan een die droog blijft.

Stroomdichtheid. Hoe zwaarder je de anode belast, hoe korter hij meegaat. Een systeem dat royaal is ontworpen, draait op een lagere stroomdichtheid en houdt het langer vol. Dat is een ontwerpkeuze, geen materiaaleigenschap.

Uitvoeringskwaliteit. Uit de Nederlandse database bleek dat het falen van de anode zelf zeldzaam is. De problemen zaten in zwakke details en onderdelen, vooral bij de vroegste systemen uit de pioniersjaren. Die zijn daarna merkbaar verbeterd.

De levensduur van het systeem is niet die van de anode

Nog een punt dat zwaarder weegt dan het materiaal. Uit de analyse van de Nederlandse KB-database bleek dat bijna een derde van de systemen niet werd onderhouden of gecontroleerd. Bij die systemen kan de corrosie opnieuw beginnen, en dan is de investering feitelijk verloren, ongeacht hoe goed de anode was.

De systemen die wél werden gecontroleerd, draaiden vaak tien jaar of langer zonder verder onderhoud. Het verschil zit dus niet in het anodetype maar in of iemand ernaar kijkt. Reken bij het bepalen van je levensduur daarom de monitoring mee, niet als bijkomende post maar als onderdeel van wat de termijn waarmaakt.

Zoals hierboven al bleek: wat na verloop van tijd aandacht vraagt is de elektrotechnische installatie, niet het beton. Dat is planbaar onderhoud, en aanzienlijk lichter dan een onverwachte betoningreep.

Plan een technische intake met het CPS-team. Noem de termijn die je moet overbruggen en de vochtbelasting op het object, dan bepalen we samen welk anodetype die termijn haalt.

Wil je de afweging breder maken? Vraag een levensduuranalyse aan waarin we KB naast herhaald betonherstel zetten.